Oude namen. Nieuwe batterijen. De EV-prijzenoorlog wordt raar

13

Raak niet in paniek. Je ziet geen geesten. Of tijdreizigers. Kijk maar. Er is een Fiat Panda. En een Renault5.

Het is 2024, niet 1983. Maar deze namen zijn terug. En ze menen zaken.

Europa zweet. Goedkope elektrische auto’s uit China stromen binnen en worden met de week sneller en goedkoper. Dus wat is de verdediging? Nostalgie. Hard-core, korrelige nostalgie. Deze twee zijn Europa’s beste kans om de rode vloed te stoppen.

Maar het gaat niet alleen om goedkoop zijn. De prijzen zijn goed, ja. Ongeveer £ 20k. Dicht genoeg om er niet toe te doen.

Het echte verhaal is ontwerp. Om precies te zijn: één man. François Lebois. Hij werkte bij Renault aan de nieuwe 5. Daarna stapte hij over naar Fiat. Nu is hij overal. Het is alsof je dezelfde architect twee concurrerende huizen ziet ontwerpen en vervolgens ruzie maakt over wiens voordeur koeler is.

Stijl boven specificaties. Stijl altijd eerst.

De Renault 5 is inmiddels bekend. Wij hebben ermee gereden. Wij vinden het leuk. Het houdt het verkeer tegen. Mensen wijzen. De kap heeft een verlichte ‘5’ die de levensduur van de batterij aangeeft. Uitlopende bogen? Ja. Subtiele knipoog naar de wilde 5 Turbo rallyauto uit de jaren 80.

Dan komt de Panda aanrijden. Mintgroen. Doosvormig.

En de Renault voelt meteen oud aan.

De Fiat is niet klein meer. Het is een ‘Grote Panda’. Snap je het? Grotere doos. Giorgetto Giugiaro ontwierp destijds het originele vierkante ding. Deze nieuwe behoudt die brutalistische, blokkerige sfeer.

Ze passen op dezelfde rijstrook. Op één lading rijden ze ongeveer dezelfde afstand. Maar ze voelen… anders. Men speelt coole retro-tech. De ander speelt een geometrisch puzzelstukje.

Welke is beter?

Moeilijk te zeggen. Misschien onmogelijk. De Fiat is breder en groter. Meer ruimte. Minder charme? Misschien.